29 november 2017 Extra raadsvergadering  SPREEKTIJD ( 8 plus 5=) 13 minuten!!!

Voorzitter,
Mede-leden van deze gemeenteraad,

Het is met opzet dat ik U zò aanspreek.
Waarom:
Wel, omdat onze fractie van U mederaadsleden vanavond zou willen ervaren, dat u samen met ons op één lijn zou gaan zitten in een beschouwing over het functioneren van het Dagelijks Bestuur van deze gemeente ten opzichte van de gehele gemeenteraad en niet alleen ten opzichte van de coalitiefracties en de niet-coalitiefracties.Met het oog op de nabije toekomst zouden we meer verbindend met elkaar moeten omgaan. De kans is namelijk vrij groot  dat een aantal van ons zullen terugkeren in de nieuwe raad en ook dan -of wellicht juist dan- zullen we de samenwerking moeten opzoeken.
Daarom.

Waarom deze extra-raadsvergadering.
Dat gebeurt niet zomaar. Het is een middel dat je niet zo maar moet gebruiken. Er is iets wezenlijks aan de hand.
Een feit, dat niet te lang onder het tapijt mag worden geschoven, maar zichtbaar en dus in een openbare raadsvergadering moet worden besproken.
Let wel: Het gaat ons vanavond even niet over de inhoud van de documenten maar wel over het proces dat hier door de wethouder wordt aangestuurd.

De fracties BRUG-M, KIJK!!! en CDA zijn namelijk van mening dat de wethouders informatie die door raadsleden gewenst is voor hun raadswerk op aanvraag direct beschikbaar moeten stellen. Wethouders kunnen hierbij niet de regels negeren, die in de Gemeentewet en het Reglement van Orde van de gemeenteraad staan.
Dit terzijde zetten van de regelgeving past wethouders niet ten opzichte van de gemeenteraad die de inwoners van Meerssen vertegenwoordigen.
De Raad bepaalt de agenda en niet het College cq de wethouder(s).
Ik spreek hier bewust over de wethouder(s).
Weliswaar is op 14 november het besluit om te persisteren in de weigering in de vergadering door het College genomen, maar vooralsnog ga ik ervan uit dat hier de beide wethouders de burgemeester als voorzitter en mede-lid van het College hebben overruled en dus daarvoor ook de verantwoordelijkheid op zich hebben genomen.
Meer specifiek stellen wij daarom de initiatiefnemer van dit besluit in de schijnwerpers, omdat hij , de wethouder de heer B.van Rijswijk,  - mede gelet op zijn eerdere uitspraken in de vorige raadsvergadering-  gezien kan worden als degene, die én de mogelijkheid had om voor te stellen om de documenten wel beschikbaar te stellen én als enige van de drie bestuurders als verantwoordelijk portefeuillehouder het voorstel heeft kunnen doen om dat ook niet te doen, zoals het nu gebeurd is.

Als wij de kwaliteit en het karakter van onze burgemeester goed inschatten, dan veronderstellen wij – en dat is voor onze rekening- dat zij wel degelijk vanuit haar verantwoordelijkheid als hoedster van de naleving van wet en regelgeving de wethouder of wethouders  gewezen zal hebben op het overschrijden van de grenzen met dit meerderheidsbesluit.
Zij zal dat gedaan hebben op basis van haar zorgplicht die ook is vastgelegd in artikel 170 van de Gemeentewet. Maar haar stem is hier niet doorslaggevend kunnen zijn.

Mocht de heer van Rijswijk  zich willen verschuilen achter het Collegebesluit, dan horen wij dat wel. Ik dicht hem echter zoveel karakter toe, dat ik dat niet verwacht.
Dus onze fractie wil in het vervolg “focussen”, focussen op de wethouder van Rijswijk.
Laten we beginnen met te stellen, dat wij zijn deskundigheid niet ter discussie stellen. In het verleden hebben wij meermalen zijn dossierkennis en zijn handelen binnen met name het Sociaal Domein geprezen.

Maar daar gaat het vanavond niet over.

Waar gaat het wel over:
Drie fracties willen geïnformeerd worden over de voortgang van het accommodatiebeleid aan de hand van de documenten die door de wethouder Cortenraede waren ingebracht in de Collegevergadering van 5 september om die nog in de raadsadviesvergadering daaraanvolgend te bespreken
Die fracties  hebben daar in de oktobervergadering al omgevraagd met een motie, maar de meerderheid van de gemeenteraad heeft dat toen geblokkeerd.
Vervolgens doen deze raadsleden met een brief van 1 november 2017 een beroep op het aan ieder raadslid gegeven recht in de Gemeentewet (art 169,3) om deze documenten te krijgen.  
Twee dagen voor de vergadering van 9 november krijgen de fracties het bericht dat de gemeenteraad dit pas na de raadsvergadering in december zal worden gegeven.
Dezelfde dag hebben wij het College gevraagd om dit besluit te heroverwegen omdat hun besluit strijdig is met de Gemeentewet én strijdig is met een artikel in het Reglement van Orde (art 39) waar vastligt dat het College dat MOET doen voor de volgende vergadering of in de volgende vergadering ( dat was 9 november) maar uiterlijk voor de daaropvolgende vergadering. Daarmee wilden wij het dossier niet op de spits drijven.
Dat recht werd door de heren Molling  van PGM en van Beekum van de VVD betwist in de vergadering van 9 november jongstleden.
Zij beiden voerden aan dat wij de eerste 2 leden van dat artikel over het hoofd hadden gezien. Nu, dat hebben wij zeker niet. Wij zullen dat nog even uitleggen.
Voor het geval dat zij dat andermaal zouden doen, wil ik dit nog eens toelichten
De eerste twee leden van het artikel betreffen de “actieve” informatieplicht van  het College cq de individuele leden van het College.
Alle commentaren en jurisprudentie geven een totaal andere betekenis aan het derde lid van dat artikel. Namelijk hier wordt de “passieve” informatieplicht geregeld.

Dat is een recht van de leden van de Raad dat zij mogen gebruiken als de actieve informatieplicht van de leden 1 en 2 niet de gewenste inlichtingen cq informatie heeft opgeleverd.
Dat is een plicht van het College cq de wethouders en geen vrijblijvende mogelijkheid.

Goed om dat nog eens goed tot een ieder te laten doordringen.

Het vragende raadslid behoeft niet te motiveren waarom hij of zij dat wil hebben om de taak als raadslid goed uit te voeren
Wel MOET het college motiveren waarom zij de gevraagde inlichtingen niet willen verstrekken. Alleen strijd met het openbaar belang kan tot een weigering leiden!
Dat is niet aangegeven en kan ook niet onderbouwd worden.
Een raadslid, wiens verzoek om inlichtingen wordt afgewezen met een beroep op een openbaar belang, kon onder de oude Gemeentewet tegen het negatieve besluit bezwaar maken en beroep instellen op grond van de Algemene wet bestuursrecht. De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 17 mei 1999 uitgesproken, dat het niet mogelijk is beroep op de bestuursrechter in te stellen tegen de weigering inlichtingen te verstrekken. Raadsleden zijn dan niet-ontvankelijk. Een geschil over de toepassing van de informatieverplichting moet op politiek niveau worden uitgevochten, aldus de Afdeling. Vandaar dat wij dit ook in een openbare vergadering aan de orde willen stellen.

Daarom ligt er ook een extra zware verantwoordelijkheid op de schouders van alle 17 raadsleden.

Dan is er nog de bewuste overschrijding van de termijn in het RvO (art 39) .
Bewust omdat onze fracties expliciet in de laatste brief gewezen hebben op dit voorschrift.
Geldt dit dan niet voor deze wethouder?
Het lijkt er op dat hij hier een eigen wet introduceert, namelijk de wet van van Rijswijk, die luidt:

Ik bepaal hier of en wanneer de raad inzage krijgt in documenten.

Bij het kennismakingsrondje in het voorjaar van 2016 langs de fracties voordat hij werd benoemd als wethouder van buiten de Raad heeft hij zich gepresenteerd als iemand die altijd de verbinding wil opzoeken.
In deze situatie is hij dat wel even vergeten.
In de discussie over de zendmachtiging van MeerVandaag herinneren wij ons zijn uitspraak: “ Ik zoek graag de grenzen op”.
Dat mag uiteraard, ….maar hij moet wel binnen de grenzen blijven.

Hij mag ook niet vergeten dat hij in de raadsvergadering van 3 maart 2016 de verklaring en belofte heeft gedaan, dat hij getrouw de wetten zal nakomen en dat hij zijn plichten als wethouder van de gemeente Meerssen naar eer en geweten zal vervullen.

Dan is er nog de gedragscode voor wethouders, die geagendeerd staat voor de decembervergadering.
Daarin staat expliciet dat de wethouder zich dient te houden aan o.a. het Reglement van Orde van de Raad.
Gaat dat dan niet gelden voor deze wethouder?
Wij zijn benieuwd of de fracties van de coalitie straks in december  met droge ogen zullen instemmen met deze gedragscode, terwijl wij nu met zijn allen al kunnen constateren, dat deze wethouder zich daar niet aan wenst te houden.
We moeten natuurlijk afwachten hoe de discussie vanavond gaat verlopen, maar als het zo is dat de coalitiefracties dit gedrag goedkeuren, dan moeten we het vaststellen van de gedragscode maar uitstellen totdat er nieuwe wethouders zijn gekozen.

Heeft hij wel het respect naar de raad cq de minderheid in deze raad?
Kan dat ongestraft gebeuren als hij moedwillig onze fracties de gelegenheid ontneemt om onze taak te vervullen?

De heer Molling heb ik wel eens zien voetballen. Dan komt bij mij de vergelijking op:
Wat doet een scheidsrechter als hij constateert dat een voetballer bewust (dus niet per ongeluk) zodanig op de voeten van een andere speler gaat staan zodat die speler niet meer aan het spel kan deelnemen?
Wel mijnheer Molling: wat denkt U?
Wij denken dat de scheidsrechter hem dan een rode kaart geeft en dat de speler naar de kleedkamer mag gaan.
Waarom mijnheer Molling en andere raadsleden zou het hier anders moeten gaan?

Tijdens de Limburgse Bestuurdersdag heb ik een enkele ervaren burgemeesters deze situatie voorgelegd. Hun reactie was eenduidig, dat kan niet en moet consequenties hebben.

Ik wil afronden met een enkele concrete vragen aan de andere raadsfracties:
a  zijn de andere fracties ook van mening dat een wethouder zich moet houden aan de plichten die zijn neergelegd in de gemeentewet;
b  zijn de andere fracties ook van mening dat een wethouder zich moet houden aan de regels zoals die zijn neergelegd in het Reglement van Orde van de gemeenteraad
Als deze vragen zijn beantwoord en wellicht ook de wethouder gereageerd heeft alhoewel dat van ons niet hoeft, dan zullen wij afhankelijk van de inhoud van de reacties, een motie van wantrouwen al dan niet indienen. Ik kondig deze nu reeds aan, maar of deze wordt ingediend…
Het siert ons namelijk om eerst de reacties van andere fracties en eventueel van de wethouder af te wachten alvorens de beslissing te nemen om deze motie ook daadwerkelijk  in te dienen.

Tot zover , mevrouw de voorzitter.

Cookies maken het eenvoudiger voor ons om onze diensten te leveren. Met het gebruik van onze diensten geef je ons toestemming om cookies te gebruiken.