TOESPRAAK EERSTE TERMIJN WETHOUDER JAN GULIKERS n.a.v. INGEDIENDE MOTIE VAN WANTROUWEN TIJDENS DE RAADSVERGADERING VAN 24-09-2020

Voorzitter,

De brief van ons als wethouders van 4 september werd door de raad opgevat als een dreigement. Dat betreuren wij zeer, omdat dat nl. nooit onze bedoeling is geweest, net zo min als wij de raad hebben willen aantasten in haar rol als hoogste orgaan van deze gemeente. Sterker nog: juist vanwege die rol hebben wij de raad de brief gestuurd, niet als dreigement, maar als noodkreet - nadat we dit signaal eerder nadrukkelijk bij de coalitiepartijen hadden afgegeven.

We begrijpen dat het voor de raad gevoeld heeft als dreigement en dat daardoor ongenoegen bij diverse raadsleden is ontstaan, maar nogmaals: onze boodschap was een noodkreet om aan te geven dat wij tot de conclusie waren gekomen dat de bezuinigingen, nodig om die zelfstandigheid van de gemeente te behouden, dermate ingrijpend zijn dat wij deze niet verantwoord vinden en daarvoor ook geen verantwoordelijkheid willen dragen.

En die noodkreet gaven wij omdat eerdere signalen aan de coalitiepartijen al vanaf mei dit jaar, alsook daarna aan de hele raad niet werden opgepakt, zelf werden gebagatelliseerd. Cijfers die we aanleverden werden in twijfels getrokken, de precaire financiële situatie werd en wordt nog steeds niet erkend – zie het interview van dhr. Pohle gisteren in Dagblad De Limburger. Er werden zelfs pogingen gedaan om mij ertoe te bewegen géén kadernota uit te geven en de gegevens achter te houden, dit omdat de berekende begrotingstekorten die in die kadernota zouden komen te staan het debat over het convenant regie-organisatie wel eens negatief zouden kunnen beïnvloeden. U zult begrijpen dat ik die druk weerstaan heb, want er kwám een kadernota.

O ja, er kwamen tijdens het coalitieoverleg op 31 augustus twee oplossingen, vanuit de coalitie. Een lid van de coalitie had naar eigen zeggen twee heel eenvoudige oplossingen:

  • We dienen gewoon een niet-sluitende begroting bij de provincie en dan dat ze het daar maar verder uitzoeken.
  • En het tweede voorstel was volgens dit raadslid ook heel simpel: we bezuinigen gewoon 1 miljoen op het sociaal domein, of het nou wel of niet wettelijk mag maakt niet uit.

U zult begrijpen dat wij als wethouders beide voorstellen naar de prullenbak hebben verwezen.

Er is echter een alternatief dat wél realistisch is, nl. herindeling. Herindeling met een andere gemeente en het proces daar naar toe, dáár willen wij als wethouders uit volle overtuiging, met veel passie en energie onze schouders onder zetten.

Voorzitter,

We merken nu dat het ongenoegen dat bij diverse raadsleden ontstaan is zich heeft ontwikkeld tot  vergeldingsdrang, genoegdoening en behoefte aan afrekening, nu uitmondend in het opzeggen van het vertrouwen. Onze indruk is dat boosheid, persoonlijke tegenstellingen, niet uitgeprate irritaties van een eerder stadium er voor enkele raadsleden het vereffenen van openstaande rekeningen hierbij een grote rol spelen. Het gaat helemaal niet om de inhoud, maar om het afrekenen. Dat blokkeert het zoeken naar oplossingen en de verbinding met elkaar.

Er is geen vertrouwen, zo wordt gezegd door dhr. Pohle. Vertrouwen is echter een groot woord, een ruim begrip, maar ook een kostbare waarde waar we prudent mee moeten omgaan en waar we niet al te makkelijk mee moeten schermen. Ook bij ons als wethouder is iets geknakt in het vertrouwen naar enkele raadsleden. Maar we zien ons in staat om daar overheen te stappen, onze teleurstelling en persoonlijke ego’s opzij te zetten en ons best te doen om een werkbare samenwerkingsrelatie aan te gaan of te verstevigen. En vandaaruit ook weer het wederzijdse vertrouwen op te bouwen. Vertrouwen is er niet zomaar, daar moet aan gewerkt worden en daar zijn twee partijen voor nodig.

Is dit nu een pleidooi om alsjeblieft aan te mogen blijven als wethouder? Absoluut niet. Wilt u ons wegsturen? Be my guest, of beter gezegd: Be our guest. Want we doen dit als wethouders sámen.

Als ons vertrek u genoegdoening geeft, dán maar doen. Maar de vraag is wat de inwoners van Meerssen daarmee opschieten. Anders gesteld: in wiens belang is dat vertrek dan, behalve voor de raadsleden die dit wensen? Welk voordeel is er voor de inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties – en die vormen de samenleving in onze kernen en gemeente – als wij drieën als wethouders ontslag nemen of krijgen? Het gaat toch om het belang van de burgers, zo wordt vaak beweerd door mensen in de politiek?

Maar ook: wat zijn de gevolgen voor de ambtelijke organisatie, die nu zwaar onder druk staan en waar nu al een leegloop is ingezet als gevolg van het ontbreken van duidelijkheid en positief perspectief? Zie de twee brieven die de Ondernemingsraad onlangs naar de raad heeft gestuurd en waar tot onze verbazing door de raad niet op gereageerd wordt. Terwijl wij als wethouders menen te beschikken over een breed draagvlak binnen de ambtelijke organisatie en een goede samenwerking met de medewerkers.

Ons opstappen betekent ook vertraging in diverse dossiers: St. Catharinastraat, De Proosdij, Agneskerk, uitvoering accommodatiebeleid, afwikkeling camping De Boskant, enz. En dan heb ik alleen nog maar over enkele dossiers die tot mijn portefeuille behoren, die van mijn collega-wethouders niet eens meegerekend.

In reactie op de uitlating van raadslid dhr. Pohle, dat hij creativiteit mist bij het college en deze wethouder het volgende: zoals ik de raad eerder heb laten weten zijn we ook bezig met een onderzoek om de geldleningen aan Wonen Meerssen vervroegd af te lossen en opnieuw af te sluiten tegen lagere rente en daarmee ruimte te creëren in onze structurele begroting. Dit is nog nooit eerder gebeurd en er waren maar weinigen die erin geloofden. Een eerdere, vergelijkbare actie maar dan inzake een veel kleiner bedrag werd door Lokaal DNA als ‘absurd’ betiteld, maar bleek later wel het voorspelde gunstig effect te hebben, anders was het tekort op de begroting nóg groter geweest. En iets dergelijks kan weer gebeuren, maar daar is nog meer tijd en onderzoek voor nodig. Jammer dat ik dat niet kan afmaken.

Voorzitter,

Indien wij vertrekken en nieuwe wethouders komen betekent dat er dan vanaf 2007 (een periode van 13 jaar en 4 raadsperiodes) het 8ste college aantreedt! Met nog meer tussentijdse wisselingen van wethouders binnen die colleges. Dat dit de bestuurskracht niet ten goede komt mag duidelijk zijn. Het zegt ook iets over het politiek-bestuurlijk klimaat en de politieke verhoudingen, waarvan in het rapport Berenschot was opgemerkt dat deze aspecten veel aandacht verdienen. Er is echter weinig tot niets met die adviezen gedaan. Er is enkel ingezet op een ander advies van Berenschot, nl. het overbrengen van de ambtelijke organisatie naar een andere  gemeente en dan als Meerssen zelfstandig blijven en een regiegemeente worden.

Nu, na ruim 2 jaren hier als wethouder gewerkt te hebben, durf ik te stellen: het probleem van deze gemeente zit niet zozeer in de ambtelijke organisatie, behalve dan dat die te klein en te kwetsbaar is voor de steeds complexere taken die op gemeenten afkomen. Het probleem van deze gemeente zit veeleer in de kwaliteit van de bestuurslaag - en dan doel ik met name op de raad, al kunnen ook wij als college nog de nodige verbeteringsslagen maken - en op politieke verhoudingen. Zolang als rancune en politieke spelletjes een rol blijven spelen wordt er niets opgelost, ook niet via een regiegemeente. Zolang als de raad blijft focussen op futiele details - zoals het winkelkarretje in de Geul - en niet op hoofdlijnen van beleid komen we niet tot een beter bestuur. Zolang als het debat in de raad en met het college niet op inhoudelijke argumenten wordt gevoerd, maar vooral getracht wordt de ander onderuit te halen, blijft het in deze gemeente kwakkelen en komen we niet vooruit.

Voorzitter,

Belangrijk argument tot nog toe om in te zetten op herindeling was penibele financiële situatie van onze gemeente, alsook de ambtelijke organisatie die als gevolg van die financiën, aan alle kanten kraakt en piept. Maar steeds meer wordt duidelijk dat er nog een andere reden is om deze gemeente op te heffen en dat is het ontbreken van voldoende bestuurskracht en de zorgwekkende politieke verhoudingen.

Het lijkt er steeds meer op dat we tot de conclusie moeten komen: We kunnen het gewoonweg niet!

De vorige raadsvergadering op 14 september, bekeken 2352 personen, zal bij menigeen de wenkbrauwen hebben doen fronsen. We hebben toen als gemeente geen best figuur geslagen, althans: dat zijn de reacties die ik van veel kijkers heb ontvangen. Krijgen we met deze gênante gang van zaken überhaupt nog mensen met de benodigde deskundigheid en andere competenties geïnteresseerd om zich kandidaat te stellen voor een plaats in de raad? Ik maak mij daar grote zorgen over. En ook met deze motie van wantrouwen zal het vertrouwen van onze burgers in en het imago van de politiek van Meerssen een nieuwe deuk oplopen.

Voorzitter,

Ik ben na het tragische overlijden van Jo Dejong de politiek ingegaan met de ambitie om een bijdrage te leveren aan een ander politiek klimaat in de gemeente Meerssen. Daarvóór heb ik nooit een politieke functie geambieerd, ook geen wethouderschap. Mijn ideaal was te komen tot een gemeentebestuur waar transparantie, kwaliteit en dienstbaarheid aan de inwoners leidend zijn. Waar niet op de persoon wordt gespeeld, maar waar het debat op inhoudelijke argumentatie wordt gevoerd. Waar geen ruimte is voor politieke spelletjes en geen ruimte voor cliëntelisme. Waar raadsleden en collegeleden een gezamenlijke verantwoordelijkheid voelen en ook daarnaar handelen. Waar duurzaamheid, zowel qua milieu en voor mensen, maar ook op financieel gebied, een permanent aandachtspunt is. Waar partijbelang en persoonlijk belang van raadsleden, collegeleden en ambtenaren ondergeschikt worden gemaakt aan het algemeen belang van al onze inwoners.

Voorzitter,

Ik moet tot mijn teleurstelling constateren dat we maar weinig geleerd hebben van het verleden - terwijl deze gemeente dat zó nodig had en nog steeds heeft. En ik ben tevens tot de constatering gekomen dat ik er niet in geslaagd ben om mijn ambities en ideaal waar te maken. Dát besef, daar heb ik meer moeite mee dan met het verlies van een wethouderszetel.

Voorzitter, ik ga afronden.

Mijn oproep aan de raad: De strijdbijl begraven, vandaag nog! Stoppen met onderling geruzie en de handen in elkaar slaan, raad en college - omwille van onze inwoners en ambtenaren. Zoeken naar hetgeen ons bindt, niet naar wat verdeelt. Erkennen dat een zelfstandige gemeente Meerssen geen toekomst heeft. Samen kiezen voor herindeling, op welke wijze dan ook en wie onze fusiepartner ook zal zijn. Herindeling het liefst per 1-1-2023 - en is dat niet mogelijk, dan maar iets later, maar gá die weg in!

Het pad richting herindeling inslaan met een onomkeerbaar besluit zal een andere financiële situatie met meer mogelijkheden opleveren.

En wie weet: mogelijk dat een herindeling en het opgaan in een andere gemeente gaat zorgen voor de broodnodige verandering van het politieke klimaat in Meerssen.

Ik dank u voor de aandacht.

Meerssen, 24 september 2020.

Jan Gulikers,

wethouder gemeente Meerssen.

 

Geplaatst door : Angélique van Geel-Laven

Cookies maken het eenvoudiger voor ons om onze diensten te leveren. Met het gebruik van onze diensten geef je ons toestemming om cookies te gebruiken.